Kikkervisjes en kapotte knieën

Kennen jullie de Ossenbeemd? Degenen die uit Deurne komen denk ik wel. Een prachtige plek in Deurne. Als ik aan Allemansland denk, dan denk ik aan een soort Ossenbeemd, maar dan met huisjes erbij natuurlijk. Watertjes, bomen, volop natuurlijke speelmogelijkheden. Want tja, er ís een speeltuin bij de Ossenbeemd. En vaak spelen mijn kindjes daar ook even. Maar vooral vinden ze het fijn om in de natuur die de Ossenbeemd biedt te zijn. Bloemetjes ruiken. Onder boomstammen kijken.

Vanmiddag was ik er met mijn twee meiden. We zaten daar, in het gras, bij het water. Een vijver met kikkers en allerlei andere beestjes. Daar zaten we dan, in de zon. En toen kwamen er beelden voorbij uit mijn eigen jeugd.

We woonden in een best wel groene wijk. Een laan die in een cirkelvorm door de wijk liep met daaraan kleine zijstraatjes/hofjes. In het midden van de wijk lag een groot park. Tegenwoordig met speeltuintjes, maar ik herinner me van toen niet meer dan twee voetbalgoals. De glijbaan kwam er pas toen ik hem eigenlijk al was ontgroeid. Wel waren er ‘bosjes’, zand, een vijver, sloten..

Ik herinner me nog goed dat mijn broer een deal sloot met de buurvrouw. Hij zou een kikker voor haar vangen. Als het hem zou lukken, kreeg hij van haar 10 gulden (de euro was er toen nog niet). Zij ging er niet vanuit dat het hem zou lukken, maar natuurlijk lukte het hem.

Fietswedstrijdjes door dat grote park, waarbij ik één keer mijn knieën zo lelijk heb open gevallen dat ik er nu nog littekens van heb. Nee, dat vallen was niet zo leuk, maar het fietsen ‘zo hard je kan’ was heerlijk.

In de buurt waren altijd genoeg kindjes om mee te spelen. We hoefden niets met elkaar ‘af te spreken’, zoals dat nu meestal gaat. We liepen gewoon naar elkaars huis en belden of klopten aan en dan deed er iemand open en dan vroegen we of degene waarnaar we op zoek waren kwam spelen. Vaak genoeg speelden ook alle (of nouja, vast niet álle, maar wel héél veel!) kindjes uit de buurt met elkaar. Gingen we met zijn allen rondjes skeeleren. Of knikkeren. Of voetballen. Kikkervisjes vangen of onderzoeken of we al op het ijs konden staan. En eindeloos hutten bouwen in al die bosjes die er waren.

Als kind was ik best braaf maar soms ook wel ondernemend. Liep ik zelf van school naar huis omdat ik vond dat ik daar wel groot genoeg voor was en geen zin meer had om te wachten. Of bleef ik veel langer buiten dan ik had afgesproken. En dat vond mijn moeder dan natuurlijk niet leuk, dan maakte ze zich wel zorgen (of dat zéi ze in elk geval), maar écht kwaad kon het niet. Gevaarlijk was het er niet. Iedereen kende iedereen en iedereen lette ook wel wat op elkaar zonder dat dat vervelend was.

In een willekeurige wijk gaat het niet (meer) zo. Maar dat wil ik wel. Voor mezelf, en voor mijn kinderen. Laat ze maar lekker ontdekken en spelen.

Daar dacht ik dus aan, daar in de Ossenbeemd. Heerlijk in het groen met slootjes en bosjes en heerlijk ruikende bloesem. Terwijl we daar lagen in het gras en mijn oudste letters maakte van grassprietjes terwijl de jongste keek naar al het moois dat ze in de vijver zag. Een ecodorp maken in de Ossenbeemd kan natuurlijk niet. Maar geef mij maar een soort Ossenbeemd. Met verspreid over het terrein die mooie Zweedse huisjes waar we inmiddels zo verliefd op zijn geworden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.