Verhalen, Verwonderwereld

De Winterkoning – een winters sprookje

Nog niet zo heel erg lang geleden en ook niet op een plek hier heel erg ver vandaan vertelden de mensen elkaar verhalen. Vaak op koude avonden bij warme vuren of op zwoele zomeravonden onder een hemel van heldere sterren. Verhalen over goden en godinnen, geesten en nog vele andere wezens die slechts zichtbaar waren voor een enkeling.

Het waren wezens verschillend van aard. Sommigen waren er om anderen te helpen, anderen genoten er vooral van wanneer er angst heerste. Veel van deze wezens waren klein en hadden slechts beperkte macht; bijvoorbeeld om het huis waarin zij te gast te beschermen voor mensen en geesten met minder goede bedoelingen. Anderen zorgden voor rechtvaardigheid in de bossen zodat daar de natuurlijke kringloop van het leven kon blijven bestaan.

Er waren goden om te waken over de nachten, over de rivieren. Goden in badhuizen, en, als je goed keek, ook tussen de paddenstoelen verstopt onder een deken van bladeren onder de bomen. Alles wat deze wezens nodig hadden om te blijven bestaan, was dat er in ze werd geloofd. Hoewel ze ook de offers die hen werden gebracht niet weigerden. Een korst brood, een glas melk. Wat hooi voor de geest die hielp bij het verzorgen van de paarden. Ze waren met weinig tevreden.

Één van die geesten was de koning van de Winter. Één van de machtigste geesten die er waren, daar hij heerste over het hele rijk van de sneeuw. Hij had vele namen, waarvan je er misschien wel één zal herkennen; Wintervorst, vorstdemon, Jack Frost, Morozko, Koning van de Tsaryk. Ik noem hem bij de mij meest bekende naam: De Winterkoning.

Vroeger, in de tijd waarin veel mensen nog in De Winterkoning geloofden waardoor zijn macht nog groot was, werden er veel verhalen over hem verteld.

Één van die verhalen ging over een arme molenaarsdochter. Haar ouders hadden veel van elkaar gehouden en met verrukking uitgekeken naar haar geboorte. Een mooi leven kwam hen tegemoet, ware het niet dat de vrouw van de molenaar stierf in het kraambed en haar dochter zo moederloos achterliet. Haar vader zocht met de beste bedoelingen een nieuwe moeder voor zijn dochter, zo ging dat in die tijd. Samen met haar dochter kwam deze nieuwe moeder in het huis van de molenaar wonen. De molenaarsdochter kreeg wat ze nodig had, maar niet meer dan dat. Bovendien werd er van haar verwacht dat ze hard werkte, wat zij zonder klagen deed.

Ze werd ouder, en nam met het ouder worden steeds meer taken in het huis op zich. Met een kromme rug en zere handen boende ze de vloeren, waste de kleren, bereidde het eten en deed al het andere wat haar werd gevraagd.

Op een dag haalde haar stiefmoeder iets onnozels in haar hoofd. Niet dat dat nou zo gek was, dat gebeurde wel vaker, maar met dit plan zou ze zichzelf nog lelijk in de vingers snijden.

Zij stuurde haar stiefdochter de winterkou in en vertelde haar dat ze niet terug hoefde te komen wanneer haar mand niet gevuld zou zijn met viooltjes. Gehuld in vodden ging het meisje op pad. Waar, in deze kou, zou ze onder deze dikke sneeuwlaag viooltjes kunnen vinden? Ze zocht en ze zocht en raakte steeds verder van huis.

Toen haar voeten gevoelloos waren en haar lippen blauw van de kou zakte ze tegen de bast van een boom in elkaar. Ze sloot haar ogen, klaar om te sterven, toen ze plots een stem hoorde. Deze stem vroeg haar of ze het koud had. ‘N-nee’, antwoordde ze, met een bibberende stem, terwijl haar blik de eigenaar van de stem zocht. Voor haar stond een vreemdeling, hoewel hij toch geen onbekende voor haar was. Ze kende hem, uit de verhalen. Voor haar stond de winterkoning. Met een huid wit als sneeuw en ogen helder als kristal stond hij daar, gehuld in een wit met zilver gewaad.

In de verhalen die werden verteld was de Winterkoning geen lieverdje, niet te beroerd om de levens te nemen van hen die hij vond in de sneeuw. “Wat kom je hier doen?” vroeg hij, met een vriendelijke stem. Het meisje vertelde hem verbaasd wat ze daar deed, en hoe ze er gekomen was. Dat ze niet welkom was om thuis terug te keren zolang ze geen viooltjes bij zich had. Dat ze eindeloos gezocht had en ver van huis was afgedwaald, maar dat ze de viooltjes niet had gevonden, wat ook niet vreemd was, aangezien het nog lang geen lente was.

De Winterkoning bewonderde haar moed en nam haar mee, maar doodde haar niet. Hij naam haar mee naar zijn paleis in hartje winter, een paleis dat voor een sterfelijke nauwelijks als zodanig te herkennen was maar wat haar de warmte bood die ze nodig had om aan te sterken. De Winterkoning verzorgde haar, zorgde ervoor dat het haar aan niets ontbrak. Na een tijd, onduidelijk hoe lang (aangezien de tijd ondanks het verstrijken van dagen in het rijk van de Winterkoning stil lijkt te staan), was het moment aangebroken dat het meisje terug naar huis zou gaan. De Winterkoning bracht haar naar de grens van zijn rijk, waar de winter over ging in de lente, zodat het meisje de viooltjes waar haar stiefmoeder haar om had verzocht voor haar kon plukken. De Winterkoning liet de molenaarsdochter niet alleen met de viooltjes naar huis gaan. Gehuld in nieuwe, warme kleding, en overladen met zilver en edelstenen (want dát was één van de andere verhalen over de Winterkoning; dat hij meisjes met een goed hart zou overladen met geschenken) keerde zij terug naar huis.

Je zou misschien verwachten dat haar stiefmoeder blij zou zijn om haar stiefdochter weer te zien. Niets was minder waar; ze was wóedend! Dit was niet haar plan geweest, haar plan was dat haar stiefdochter dood zou vriezen in de sneeuw. Ze aanschouwde de nieuwe kleding van het meisje, en de edelstenen en het zilver dat ze mee huiswaarts had genomen. Hebberig als ze was, sleurde ze haar eigen dochter mee naar buiten.

Via de voetstappen van het meisje in de sneeuw, vonden ze de weg naar de Winterkoning. De Winterkoning was echter meedogenloos, wanneer het ging om mensen waarvan het hart al bevroren was. De stiefmoeder en de stiefdochter werden niet liefdevol verzorgd. Ze kregen ook geen glimp van het ijspaleis dat schitterde als diamanten. De Winterkoning bracht hen niet naar de grens met de lente en hij gaf hen ook geen zilver. Wat er dan gebeurde? Daarover verschillen de verhalen. Sommigen zeggen dat de Winterkoning hen met een enkele aanraking van zijn blik bevroor, gevolgd door een sneeuwstorm, waarna niemand ooit nog iets van hem vernam. Anderen vertellen dat hij hen niet doodde, maar in plaats van met geschenken overlaadde met pek om ze daarna terug naar het dorp te sturen.

Hoe dan ook – de molenaarsdochter leefde na haar thuiskomst een mooi leven. Ze bleef wonen in het huis van haar vader tot ze trouwde met een lieve man toen ze de juiste tegen kwam. Van alle geschenken van de Winterkoning kochten zij een kleine boerderij, precies groot genoeg om in hun levensonderhoud te voorzien. Ze kregen kinderen en waren samen erg gelukkig.

Dit was het verhaal van de Winterkoning. Gebaseerd op de verhalen zoals ze die in Oost-Europa vertellen. En wist je dat ook onze eigen Vrouw Holle er een variant op is?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *